>Duinoord / Geschiedenis Duinoord / Architectuur & woningtypen

Architectuur & woningtypen


Architectuur

De meeste huizen in Oud-Duinoord (het gebied ingesloten door de Laan van Meerdervoort, de Conradkade en de Groothertoginnelaan) zijn gebouwd aan het einde van de 19e eeuw. Toen was in de bouwkunst de Neo-Renaissance erg in zwang, soms gemengd met Romaanse en Gotische elementen. Kenmerkend zijn de rijke versieringen, torentjes en erkers, en het gebruik van (namaak)natuursteen. In plafonds en consoles vindt men dikwijls gezichten gebeeldhouwd, ook dierekoppen. De meeste elementen zijn opgerakeld uit de Renaissance-tijd. Voorbeelden te over op het Sweelinckplein.

Na de eeuwwisseling werd de Neo-Renaissance geleidelijk verdrongen door een geheel nieuwe stijl, die voor uit Oostenrijk en België afkomstig was: de Art-Nouveau of Jugendstil, hier ook wel spottend krullemie- of vermicellistijl genoemd. Met de traditie werd gebroken en men wilde geen elementen uit vroege bouwstijlen meer toepassen.

In Den Haag, de enige Nederlandse stad waar Art-Nouveau op grote schaal is toegepast, verliep deze overgang erg schuchter; echte Art-Nouveau is dan ook in Duinoord nauwelijks te vinden. Veel panden vertonen een menging van deze stijl met enige Neo-Renaissance-elementen. De Jugendstil kenmerkt zich door gebogen en gebroken lijnen, loze balustrades, staalconstructies en gekleurde baksteen. Natuursteen wordt weinig toegepast. Men moet vooral letten op raamindeling, smeedijzeren balconbalustrades, en glas-in-lood. Ook typerend is de eenvoudige plafonversiering ten opzichte van de voorgaande periode.

In Oud-Duinoord treft men Art-Nouveau aan in het laatste deel van de 2e Schuytstraat en Obrechtstraat, terwijl Nieuw-Duinoord, dat in de oorlog voor meer dan de helft is afgebroken, vrijwel geheel in Art-Nouveau is opgetrokken. De omgeving Archimedesstraat bestaat eveneens voornamelijk uit Art-Nouveau, hoewel sterk vereenvoudigd. Bijzondere aandacht verdienen enige panden aan de Laan van Meerdervoort, vanaf nummer 213 (Boekhandel Hoonhoud), die zelfs op de monumentenlijst staan.

Woningtypen

In het vooroorlogse Duinoord vindt men een grote variëteit aan woningtypen, die overigens geen van alle specifiek Duinoords zijn, maar wel typisch Haags.

Allereerst zijn er vrijstaande villa’s langs de Groothertoginnelaan en de herenhuizen van het Sweelinckplein. Deze panden verdienen eigenlijk een aparte behandeling, want zij zijn onderling zo verschillend, dat van een ‘type’ geen sprake is. We beperken ons nu tot de meer ‘gewone’ woonhuizen.

Verspreid door de wijk vindt men dan de eengezinshuizen, die meestal drie bouwlagen en acht of meer kamers bevatten. De globale indeling van deze huizen is vrijwel uniform. Doordat de eengezinshuizen nogal groot waren en daardoor niet voor iedereen betaalbaar, heeft men deze typen vaak opgesplitst in beneden- en bovenwoningen. Er ontstonden dan onmiddellijk problemen met de indelingen: het (dubbele) bovenhuis bevatte zes of meer kamers, terwijl het beneden huis slechts over de ‘suite’ met ‘serre’ beschikte. De oplossing werd gevonden door in het achterterrein een uitbouw te maken, zodat het benedenhuis twee of meer slaapkamers kreeg. Deze bouwwijze is goed te zien aan de Conradkade, waar men naast de trambaan de uitbouwen van de huizen van de Obrechtstraat kan gadeslaan.

Eigenlijk was deze bouwwijze zeer onpraktisch: men moest via de keuken naar de slaapvertrekken, de uitbouw had veel (koude en vochtige) buitenmuren en de toetreding van licht en licht was gering. Na 1900 vond men ook hiervoor weer een oplossing in de zgn. tussenbouw, die vooral in de Archimedesstraat en omgeving wordt aangetroffen. Nu bouwde men de slaapkamers in een kolom tussen twee percelen in; de ene benedenwoning kreeg drie of vier slaapkamers boven elkaar aan de voorzijde, de andere aan de achterzijde. Ook deze bouwwijze heeft niet lang standgehouden, onder meer vanwege de vele bewerkelijke trappenhuizen.

Tegen die tijd deden de eerste portiekwoningen hun intrede, wat eigenlijk flats waren. Ofschoon er in Den Haag later talloze van gebouwd zijn, is dit type in Duinoord dun gezaaid: in de Galvanistraat, de Snelliustraat en aan de Suezkade staan er enkele.

Een heel merkwaardig huizentype vormen de souterrainwoningen, die tamelijk kenmerkend zijn voor deze omgeving, omdat ze vrijwel alleen op zandgrond gebouwd werden: naast Duinoord en omgeving vindt men deze huizen alleen in Scheveningen (badplaats) en op droge stukken van Bezuidenhout. In het veen sporadisch: Regentesseplein en Oranjeplein. Zij kennen een dubbel bovenhuis en een benedenwoning, bestaande uit een souterrain en een eerste etage, de zgn. ‘bel-étage’. Bel-étage heeft overigens niets met de huisbel uitstaande, maar is quasi-Frans (en dus Haags!) en betekent: ‘mooie etage’. Het merkwaardige is dat de benedenwoning twee voordeuren en een binnen- èn een buitentrap heeft. Het souterrain heeft geen bel en geen huisnummer meegekregen. Veel van deze woningen zijn momenteel echter opgesplitst, waarbij de souterraindeur een bel en een huisnummer, meestal het nummer van de bel-étage gevolgd door een A, heeft gekregen.

Later groeide hieruit een type ‘twee-eengezinshuizen boven elkaar’, wat men tegenwoordig ‘maisonnette’ zou noemen. Voorbeelden hiervan zijn Voltastraat 18-28. Ook enkele winkelpanden aan de Valeriusstraat vertonen deze indeling.

Volg Duinoord met