Duinoord > Stratenboek > Schuytstraat

Schuytstraat



Grotere kaart weergeven

De Schuytstraat, het broertje van de Obrechtstraat, werd omstreeks 1893 aangelegd. De straat bestaat uit 2 delen en loopt van de 1 ste Sweelinckstraat naar het Verhulstplein. Het laatste stukje van de “Schuyt”, de tweede, moest in 1943 wijken voor de aanleg van de Atlantikwall, de Duitse verdediging tegen een aanval uit zee. Net als de Obrechtstraat stuit deze straat dan ook op abrupte naoorlogse nieuwbouw. Cornelis Floriszoon Schuyt werd in 1557 in Leiden geboren. Zijn vader, Floris Corneliszoon Schuyt was organist, vond dat zoon Cornelis dat ook maar moest worden en begon de kleine al vroeg in de muziek wegwijs te maken. Later maakte Cornelis tijdens een reis naar Italië kennis met de invloed van de vroege Renaissance.

Mede hierdoor ontwikkelde Cornelis zich tot Nederlands belangrijkste madrigaalcomponisten. Madrigalen zijn wereldlijke liederen waarin tekst en muziek innig met elkaar verbonden zijn. De tekst gaat doorgaans over zoete, melancholieke minnepoëzie. Bepaalde gevoelsmomenten van het verhaal, zoals smart, verliefdheid etc. zijn op kunstige wijze in klanken gevat, zodanig dat zij die emoties ook bij de toehoorders te weeg brengen. Daarom wisselen de ritmen en vallen er stiltes in de melodie. De madrigaalkunst bereikte vanaf 1580 zijn hoogtepunt in Italië, onder andere door de composities van Claudio Monteverdi. (1553-1599) Terug uit Italië werd Cornelis samen met zijn vader aangesteld als organist in de Pieterskerk en de Hooglandse kerk, met pa als eerste organist.

Gekissebis over het orgel

Het gebruik van het orgel in de kerk was in die tijd nogal eens voorwerp van discussie tussen het burgerlijk en het kerkelijk gezag. Na de beeldenstorm gingen sommige kerken over tot het protestantse geloof en werden eigendom van de burgerlijke overheden. Dat hield in dat deze ook moesten zorgen voor het onderhoud van het orgel en het salaris van de organist.
De gereformeerden zagen het orgel als een verwerpelijk overblijfsel uit de Roomse periode en wensten geen orgelmuziek in hun erediensten. Het burgerlijk bestuur beschouwde het orgel echter als cultuurschat dat aan het volk ten gehore gebracht moest worden. Daarom organiseerden de steden van betekenis regelmatig orgelbespelingen, als een soort lunchconcert. De overheden hoopten hiermee het volk uit de tavernen en herbergen te jagen. Het orgelspel maakte deel uit van een doelgericht beschavingsoffensief door de overheid om de criminaliteit tegen te gaan, ondanks de protesten hiertegen van kerkelijke zijde. Misschien een ideetje voor het ministerie van BZK?
De gereformeerden stortten zich vervolgens in een brede discussie over de voors en tegens van het orgelspel tijdens hun diensten. In 1641 schreef Huygens een boek getiteld: “Gebruyk of ongebruyk van het orgel in de kercken der Vereenighde Nederlanden”.

Het boek kwam anoniem uit want Huygens wilde geen onderdeel worden van de kerkelijke twist. Huygens’ werkgever Frederik Hendrik en vooral zijn vrouw Amalia van Solms stonden achter hem. Huygens stuurde het boek ter beoordeling aan onder andere Descartes, wiens commentaar in de discussie werd meegenomen. Pas een halve eeuw later werd het orgelspel tijdens de (gereformeerde) dienst min of meer geaccepteerd.
Toen Cornelis Schuyt in 1593 als organist in Leiden werd aangesteld stond dan ook in zijn contract dat hij verplicht was om openbare orgelbespelingen te geven.
In 1601 overleed vader Floris waardoor Cornelis opschoof en eerste organist werd aan de Pieterskerk. Hij mocht nog 15 jaar zijn geliefde instrument bespelen tot zijn overlijden in 1616 in zijn geboorteplaats Leiden. Tot zijn werken behoren onder andere: Madrigali,Hollandse madrigalen, Madrigali nuptiali.

Foto's uit het Gemeentearchief