Duinoord > Stratenboek > Reinkenstraat
Reinkenstraat
Wat is er toch zo aardig aan die Reinkenstraat? Dat ie zo lekker overzichtelijk is. Alles ligt binnen oogopslag, voetstap en handbereik. Je kan bij wijze van spreken bij de bakker in de rij even een roepje doen naar de overkant voor een pond gehakt bij van der Broek.
Hier kom je als je als dorpeling begroet wil worden en krijg je als klant nog tijd voor een praatje. Jammer dat er geen barbershop is waar ingezeepte mannen met walrussnorren close harmony staan te zingen.
De Reinkenstraat is intiemer dan de Valeriusstraat, maar mist de vergeelde noblesse van de “Fred”. Daarom zie je in de Reinkenstraat meer wijkbewoners een praatje maken want de mensen kennen elkaar. Op de “Fred” heb je veel buitenlui en klinkt soms de holle galm van Jan des Bouvrie discipelen.
Stoom boven Duinoord
Je gelooft ’t niet, maar omstreeks 1910 reed een stoomtram dwars door de Reinkenstraat en niet per ongeluk. Op de plaats waar nu de Cornerhouseflat staat, bevond zich een rangeerterrein compleet met station, vrachtkantoor en seinhuis.
De stoomtram reed vanaf het station Anna Paulownastraat achter de huizen van de Sweelinckstraat, passeerde de Tasmanstraat, tufte verder achter de huizen van de Obrechtstraat. Dan nam hij de spoorbrug over de afzanderijvaart van de WP en KE kades. Vervolgens stoomde hij achter de 2e Obrechtstraat richting Reinkenstraat, waar hij aansluiting had op de lijn Scheveningen-Hollands Spoor. Je kon toen bij wijze van spreken heel Europa vanuit Duinoord “betreinen”, als een ware HSL avant la lettre.
In de Reinkenstraat liep het spoor tussen de nummers 9 en 47; een spoor van het “stoomgat” is nu nog steeds naast Gall & Gall te aanschouwen. Op oude foto’s zie je grote witte stoomwolken tussen de huizen opstijgen. Het was een kwestie van ramen dicht en even adem inhouden als de tram passeerde en vooral de was binnenhalen.
Haagse Achterhuis op nummer 19
In 1943 hadden 24 joodse onderduikers hun toevlucht gezocht op nummer 19. Hoofdbewoonster Sara Walbeehm weigerde niemand de deur. Waarschijnlijk getipt, deed de SD daar in de nacht van 22 maart een inval en voerde allen naar het concentratiekamp Sobibor. Ter herinnering aan deze gebeurtenis werd op 22 maart 2002 - dank zij de inspanningen van ex Reinkenstraat winkelier Herman Nijboer - een plaquette boven de deur van nummer 19 geplaatst. Inmiddels is de jaarlijkse herdenking op 22 maart traditie geworden. [Meer over Het Haagse achterhuis en Sara Walbeehm]
In 1977 ging het restaurant l’Esperance tegenover het Cornerhouse tegen de vlakte, na een periode van leegstand en verloedering. Het restaurant bezat een kegelbaan, die tot “Sunny Court” doorliep en was bekend om z’n twee markante ‘mutsen’ op het dak.
De Reinkenstraat werd omstreeks 1895 aangelegd als zijstraat van de Laan van Meerdervoort en loopt uit op het Sweelinckplein. De straat werd genoemd naar de musicus en componist Johann Adam Reinken (Reincken 1623-1722).
Johann Reinken en de orgel-emancipatie
Johann Reinken werd organist en dat was in die tijd zo vreemd nog niet.
Voor Reinkens’ tijd werd het orgel alleen tijdens circussen, feesten en andere wereldlijke evenementen gebruikt. Vanaf ongeveer de 12e eeuw zag je het orgel steeds meer in de kerken verschijnen omdat de geestelijkheid merkte dat je met een orgel de kerkgezangen goed kon begeleiden. Naarmate de orgeltechniek steeds meer mogelijk maakte, bevrijdde het orgel zich langzaam uit z’n ondersteunende rol. Je zou kunnen zeggen: het orgel emancipeerde zich, ging voor zichzelf beginnen en werd solo-instrument. Maar daarvoor was visie en muziek nodig. Vanaf de 15e eeuw ontstonden in de Nederlanden, Spanje en Engeland bepaalde orgelscholen, of stijlen met hun eigen specialiteiten zoals de toccata, de canzona en de ricerare.
Noord-Duitse orgelschool
Deze school ontwikkelde zich In de 17e eeuw in de Nederlanden en Duitsland. De school was gebaseerd op het pedagogische werk van Jan Pieterszoon Sweelinck. Reinken kwam daarmee in aanraking nadat hij in 1637 naar Deventer was verhuisd. De Hamburgse organist Heinrich Scheidemann was ook een leerling van Sweelinck en hij voerde de Sweelinckstijl naar Duitsland. In 1654 ging Johann Reinken bij Scheidemann in Hamburg studeren en wist de Noord-Duitse stijl samen met andere leerlingen te vervolmaken.
Maar er diende zich iemand aan die deze orgelstijl (en andere muziekstijlen) moeiteloos in de schaduw van zijn muzikaal genie zou zetten: Johann Sebastian Bach. (1685-1750)
Reinken en Bach
Deze componist van de Barok overklaste zijn al zijn tijdgenoten, behalve Händel en Scarlatti. Bach “verkeerde muzikaal met de Goden”, alleen had hij dat zelf niet in de gaten. Tijdgenoot en “mindere” collega-componist Buxtehude echter wel. (Vergelijk Mozart en Salieri) Naast het componeren had Bach kennelijk ook tijd voor andere zaken, want hij had twintig kinderen uit twee huwelijken. Bach componeerde zijn polyfonische muziek met wiskundige precisie.
Toch genoot Reinken in een bepaalde periode meer faam dan Bach, die onterecht tegen hem opkeek. Hij bezocht Reinken een paar keer, luisterde naar zijn orgelspel en verwerkte Reinkens muziek in zijn eigen composities.
Na zijn studie werd Johann Reinken in 1657 organist van de Bergkerk te Deventer. Een jaar later verhuisde hij weer naar Hamburg waar hij samen met zijn oude leraar Scheidemann organist werd aan de Sankt Katharinen Kirche.
In 1678 was hij medeoprichter van de Hamburgse opera. Reinken schreef onder andere Hortus musicus. Hij overleed in 1722.
Beroemde tijdgenoten van Reinken waren René Descartes, methodisch twijfelaar en grondlegger van de moderne filosofie, de astronoom Galileï, die de zon in het middelpunt plaatste, Newton met zijn nieuwe kijk op de zwaartekracht en de filosofen Leibniz en Spinoza.
