Duinoord > Geschiedenis Duinoord > Mies Walbeehm - Haagse Achterhuis
Mies Walbeehm - Haagse Achterhuis

Mies Walbeehm - Haagse Achterhuis
In de nacht van 22 op 23 maart 1943 deed de SD (Sicherheitsdienst) met veel machtsvertoon een inval in het Cornerhouse op de hoek van de Reinkenstraat en de Laan van Meerdervoort. De opdracht was een groep van 24 joden weg te halen uit de Reinkenstraat. In het Cornerhouse trof men geen joden aan; het bleek dat het adres niet klopte.
Daarop viel de SD binnen op Reinkenstraat 19 aan de overkant. De SD trof daar 24 joden aan. Met veel geweld werden zij samen met de bewoonster Mies (Sara Maria) Walbeehm afgevoerd naar de gevangenis in Scheveningen. Er volgde een week van verhoor en foltering. Op 1 april werden de joden overgebracht naar de strafbarak van Westerbork. Vijf dagen later werden ze in goederenwagons gezet. Na een verschrikkelijke treinreis van 3 dagen en nachten zonder eten en drinken, in een veel te kleine ruimte, kwamen de bewoners van Reinkenstraat 19 in Sobibor aan. Niemand kwam ooit terug.

Mies Walbeehm
Mies Walbeehm verhuisde in juli 1943 van Scheveningen naar het beruchte strafkamp Vught; zij overleefde de oorlog. Op 2 maart 1948 vertelde zij haar verhaal aan de medewerkers van het RIOD (Rijksdienst voor oorlogsdocumentatie) en noemde de namen van de afgevoerde joden zonder één fout. Mies overleed in 1981.
In 1976 verscheen een artikel over “het Haagse Achterhuis” in de Goudse Courant. Duinoorder Quirinus van der Meer begon gegevens te verzamelen over deze gebeurtenis hetgeen resulteerde in een publicatie in denHaag Westnieuws. Tijdens de herdenking van de 100 jarige Reinkenstraat in 1995 kwam de zaak Reinkenstraat onder de aandacht van winkelier Herman Nijboer. Hij vond dat de herinnering aan zaak Reinkenstraat dreigde weg te zinken in de historie; er moest een tastbare getuigenis komen in de vorm van een plaquette aan de gevel van nummer 19.
Samen met de wijkkrant ’t Lopend Vuurtje” werden binnen (en buiten) Duinoord acties op touw gezet om de daarvoor benodigde gelden bijeen te brengen.
Herman Nijboer wist contact te leggen met Adriana der Harst-Groen, de enige nog in leven zijnde getuige van de inval. In de oorlogsjaren was zij werkzaam bij Mies Walbeehm als hulp in de huishouding. In die hoedanigheid deed zij boodschappen voor de bewoners van Reinkenstraat 19. Zij vertelt:
Het huis van Mies, Reinkenstraat 19, werd gebruikt als doorgangshuis. Vanuit het verzet kwamen steeds nieuwe verzoeken om mensen onder te brengen en Mies zei nooit nee. Het gebeurde dat er gedurende langere tijd ruim 30 mensen zaten ondergedoken. Dat dit niet eenvoudig was, is goed te begrijpen. De ruimte was erg beperkt. Er was een gang, een badkamer met badkuip (waarin ook werd geslapen), en een kamer ensuite van ongeveer negen bij vier.
Mies zelf sliep in de gang onder de kloostertafel. De situatie was vaak onhoudbaar en de kans op ontdekking groot. Wanneer ’s morgens door het verzet twee mensen
werden opgehaald, kwamen er ‘avonds soms weer vijf onderduikers bij. Zo was Mies, ze kon geen nee zeggen.
Natuurlijk waren er veel spanningen; sommigen vonden dat er teveel mensen in het huis zaten. Er was onenigheid over de regels, over de verdeling van het voedsel en over de te betalen vergoeding van 30 gulden per maand. Maar als je geen geld had hoefde je niet te betalen.
Voor Mies was het puur menselijk werken; je kunt het je haast niet voorstellen, als die mensen op die kleine ruimte. Mies probeerde met harde afspraken te voorkomen dat er noodlottige fouten werden gemaakt. Om het gebruik van gas & elektra niet te hoog op te laten lopen waardoor dit zou opvallen, had zij bepaald dan men met z’n tweeën de badkamer moest gebruiken. Het doortrekken van de WC mocht ook niet te vaak gebeuren.
De plaquette hangt
Begin 2002 was er voldoende geld bij elkaar om de plaquette te laten maken.
Enige tijd later, op vrijdag 22 maart, werd de plaquette tijdens een intieme plechtigheid door Adriana van der Harst-Groen en Burgemeester Deetman onthuld. Hierbij was ook Rabbijn Soetendorp aanwezig
Aan de plechtigheid deed groep acht van de Da Costa school mee. De school had de zaak Reinkenstraat als project in het lesprogramma opgenomen. De betekenisvolle buurtmanifestatie in Duinoord werd besloten met een samenzijn van alle betrokkenen in lunchroom Rigter in dezelfde straat.
De plaquette , met daarop een spreuk van Jean Bartout: “ de herinnering aan de doden is voor hen een tweede leven”, siert momenteel de gevel van de Reinkenstraat 19, het huis waarin mensen dankzij een onbaatzuchtig medemens konden schuilen voor een meedogenloos regime. Laat dit een teken aan de wand zijn. Dus, bezoeker van deze site, loop eens langs nummer 19 in de Reinkenstraat , sta even stil bij de plaquette boven de deur en bedenk wat hier in 1943 heeft plaatsgevonden.
Aldus werd het doel van Herman Nijboer, de zaak Reinkenstraat 19 aan de vergetelheid te ontrukken, ruimschoots gehaald. Zonder zijn inspanningen zou dit niet gelukt zijn.
De inval van de SD in de Reinkenstraat 19, die gebruik maakte van foute Haagse dienders, is uitvoerig behandeld in het Rapport Weinreb. De rol die Weinreb in de zaak Reinkenstraat heeft gespeeld is nooit duidelijk geworden, maar het is niet onmogelijk dat hij de hand heeft gehad in het verraad van de onderduikers van Reinkenstraat 19, het Haagse Achterhuis.
