Duinoord > Stratenboek > Groot Hertoginnelaan
Groot Hertoginnelaan
Ga eens bij het inmiddels gesloopte Métropole staan en laat je blik langs de bomenrij springen tot Couperus en de flauwe bocht over de Emmakade. De zon werpt een lengende schaduw schuin over de weg en de warmte laat lijnen trillen. De zijstraten maken nieuwsgierig, nodigen uit tot verder ontdekken.
Op de brug over de Suezkade heb je mooie groene doorkijkjes en kan je bijna de zee ruiken.
Maar twee keer per dag perst de getijstroom van het verkeer zich tussen de Jugendstil huizen door en verandert de “Groot Hertogin” in een kolkende heksenketel van racende voertuigen en kwalijke dampen…………
Prinses en Groothertogin
(“So klug wie gültig, so recht wie mild”)
De Groot Hertoginnelaan (eigenlijk Groothertoginnelaan) dateert uit 1893 en is genoemd naar de enige, enigszins verwende dochter van koning Willem II en Anna Pawlowna.
Prinses Wilhelmina Maria Sophia Louisa. Op 8 april 1824 werd zij in den Haag werd geboren. Haar eerste levensjaren bracht zij ’s winters door in den Haag. In de zomer verhuisde het gezin naar verluidt “een kleine boerderij in Soestdijk” waar Sophie op klompen rondliep en leerde melken en kaas maken. Het verblijf in Soestdijk ontwikkelde Sophies’ spirituele aanleg en de liefde voor de natuur en literatuur.
In 1834 ging zij op bezoek bij haar tante en oom in Weimar, de Groothertogin Maria Pawlowna en Groothertog Carl Friedrich von Sachsen-Weimar. Een ontmoeting met zoonlief en volle neef, Groothertog Karel Alexander August Johan liet haar niet onberoerd. Dat was ook de bedoeling want om het bezit veilig te stellen moest er natuurlijk binnen eigen kring getrouwd worden. Daarbij werd op een verwantschapsgraadje meer of minder niet gekeken.
Op 8 oktober 1842 trad zij in den Haag met deze Karel von Sachsen-Weimar und Eisenach in het huwelijk, waarna zij in Weimar ging wonen. Voor haar verblijf in den Haag kocht Pa Willem II het in Louis XIV-stijl gebouwde pand aan het Lange Voorhout nummer 13, oftewel “Het Paleis van Saksen-Weimar”. Loop er ‘ns langs, het is nog steeds het aanzien waard.
Beschermvrouwe van de Literatuur
Prinses Sophie las graag gedichten in de natuur. Bijvoorbeeld op haar “buiten” Zorgvliet, dat 200 jaar eerder door Jacob Cats aan de duinen werd ontrukt. Zij nam zanglessen, waarbij zij door Franz Liszt himself werd begeleid. Franz had nog wel een plekje over voor wat oude adel in zijn leerlingenbestand.
De geschiedenis vermeldt niet wat de meester ervan vond. Overigens hebben zich meer Oranjeprinsessen aan de zangkunst gewaagd en een ander sprak indringend met bomen, maar dat is een ander verhaal.
Sophie maakte reizen door Italie, Engeland en Rusland. Haar belangstelling voor de literatuur werd hierdoor gestimuleerd. In 1853 overleed schoonvader Groothertog Carl Friedrich, de winkel aan zoon Karel overlatend. Hierdoor kreeg Sophie eindelijk de kans haar Groothertoginstatus waar te maken.
Door haar toedoen werden een aantal instellingen voor het algemene nut opgericht. De historie vermeldt voorts dat zij zich als feministe avant la lettre druk maakte over “vrouwenzaken”, al moet dat in die tijd een beginnetje zijn geweest. Haar liefde voor de letteren dreef haar echter in de richting van “hogere zaken”.
Zij werd beschermvrouwe van de op 23 april 1864 opgerichte Shakespeare-Gesellschaft (een soort Literaire Sociëteit “de Witte”)
Goethe en Schiller
Toen Goethe’s achterneef Walter in 1885 overleed liet hij Sophie bij testament
de complete manuscripten van zijn beroemde oom na.
Zij beloofde dat “heel Duitsland met haar zou erven” In Goethe’s nalatenschap trof Sophie twee banden erotica en priapeia (zeg maar “hinderlijk opstandige jongens”) aan, die zij vanwege het toen vigerende puritanisme onmiddellijk eruit verwijderde en in een geheim archief op liet slaan. Het kon natuurlijk niet zo zijn dat Goethe als verheven, bijna onaards Duits symbool ook geïnteresseerd was in scabreuze teksten en tekeningen. Maar gelukkig bleek Goethe een menselijk wezen.
Aansluitend begon zij met de wetenschappelijke uitgave van Goethe’s werk, die bekend staat als de Weimar- of Sophien-Ausgabe. De totale editie omvatte 143 banden en werd in 1919 voltooid. Het is tot op heden de meest volledige uitgave van Goethe’s werk.
In 1896 werd niet alleen de nalatenschap van Goethe, maar ook die van concurrent Schiller en anderen ondergebracht in het door haar gebouwde Goethe und Schiller Archiv, dat nog steeds te bezoeken is. Rest natuurlijk de vraag wat er met Goethe’s erotica in het geheime archief is gebeurd. Had Sophie een sleutel en ging ze wel ‘ns stiekem kijken? (gebeurt vaker bij hoeders van de zedelijkheid) Mogelijk is het later tijdens een meer libertijnse tijdgeest alsnog “bijgezet”.
Groothertogin Sophie overleed op 23 maart 1897 te Weimar; zij werd 73 jaar.
In augustus waren de manuscripten weer nieuws toen zowel de familie von Sachsen-Weimar und Eisenach als de Stichting Weimarer Klassik und Kunstsammlungen meenden dat zij het eigendomsrecht op de manuscripten hadden. Na een rechtszaak zag de familie von Sachsen voor 15,5 miljoen van verdere claims af.
De Groothertogin en het Verversingskanaal
Eind 2002 was Sophie’s geest weer even in Den Haag terug om haar “Je maintiendrai” gestand te doen. Wat was er aan de hand? Sophie bezat in den Haag-west in aardig lapje grond (o.a. Zorgvliet en omgeving), zo’n 600 ha, dat zij van vader Willem II had geerfd. In 1884 plande de gemeente den Haag een afvoerkanaal dat de stad van het ziekmakende rioolwater in de grachten moest verlossen. Dat kanaal zou dwars door Sophie’s achtertuin naar zee lopen
De gemeente kon Sophie bewegen de benodigde grond kado te doen en dat gebeurde met een Akte van Schenking in 1885. Daarin werd o.a. opgenomen dat er niet op de grond gebouwd mocht worden zonder haar toestemming.
Het kanaal kwam er, het Haagse water werd schoner (en gedempter) en de akte verdween in een archief. De tijd knaagt echter aan alles, zo ook aan oude afspraken. In 1984 kon Sophie’s servituut nog als geheim wapen worden ingezet tegen het voorgenomen bebouwing van de kanaaltaluds. Een krankzinnig idee overigens!
In 2002 probeerde de Politieke Partij Scheveningen hetzelfde trucje uit te halen om de herinrichting van de Duindorpbrug te verhinderen.
Er werd zelfs contact opgenomen met nazaat Prins Michael von Sachsen-Weimar und Eisenach, maar die reageerde als een tijdreiziger in de verkeerde tijd. “Oud geld” is per definitie conservatief en is geen partij voor veranderende omstandigheden en economische wetten. Die rechte brug of dam komt er en daarmee zal de gestage opleggerkaravaan van de Norfolkline dwars door Scheveningen toenemen, servituut of niet. Sophie zou daar niet blij mee zijn geweest.
