Duinoord > Stratenboek > Galvanistraat
Galvanistraat
Ja, die Galvanistraat, dat is niet zo maar een straat, althans voor mezelf. Ik merk dat ik bij deze straat niet kan volstaan met alleen een beschrijving van naamgever Luigi Galvani. De Galvanistraat heeft voor mij een speciaal plekje omdat ik daar in mei ’45 op de eerste etage van nummer 66 geboren ben. Dus moet je het mij niet kwalijk nemen als de belevenissen van Luigi Galvani worden afgewisseld met mijn eerste herinneringen.
De Galvanistraat loopt van de Archimedesstraat naar de Beeklaan en werd in 1903 aangelegd.
De oorlog was in mei ’45 net afgelopen en Duinoord moest net als de rest van Nederland, driftig herrijzen. Beneden op nummer 66 woonde de familie Krul en helemaal boven de heer en mevrouw Kliks. Meneer Kliks had last van een onhebbelijk dissonant kuchje waar mijn vader, die zeer muzikaal was, slecht tegen kon. Ik denk dat hij daarom altijd extra lang trompet studeerde en Duinoord kon daarvan meegenieten. Om een centje bij te verdienen speelde hij namelijk in de Hofstad Band en kwam, zeker in het weekend laat thuis. In het halletje beneden hing een uit/thuis schuifbordje met de namen van de bewoners waarmee je aan kon geven of je thuis was.
Dat was natuurlijk handig voor de familie Krul als er voor een andere bewoners gebeld werd.
Mijn vader hakte eens in de week houtjes aan de overkant, bij de school en de kolenboer kwam regelmatig langs om een paar mud antraciet in het kolenhok in de gangkast te smijten. Daarna konden we allemaal in de (gegalvaniseerde) teil om het kolenstof weer af te spoelen, maar dat hadden we er wel voor over.
Mijn moeder betaalde de bakker met blauwe voedselbonnen.
Als je in de achterkamer uit ’t raam keek stond daar een in mijn ogen enorme kastanjeboom. Die zou er nog steeds moeten staan.
Rechts naast ons zat de firma Mudde; die deed niet in kolen, maar in koffers. In de winter van ’47 lag de Galvanistraat onder een dik pak sneeuw. Op de een of andere manier beschikten wij over een half sleetje waarmee we de straat verkenden..
In de zomer reed ik met mijn trapwagen over de blauwgrijze stoeptegels met zoutedrop motief.
Die stoepen zijn daar inmiddels ten prooi gevallen aan onze nationale egotrip de auto, die je toentertijd nauwelijks in de straten zag. De straat behoorde echt aan de voetganger en spelende kinderen!
Voordat wij naar bed gingen trokken mijn zus en ik traditiegetrouw gekke bekken naar overbuurvrouw Bakker, die ons tot onze kinderlijke verbazing op nog gekkere grimassen trakteerde.
Tegen de schemering verscheen iedere avond een man op de fiets in de straat met aan z’n schouder een houten
ladder. Bij iedere lantarenpaal stopte hij, zette hij zijn ladder ertegen aan, stak ergens boven een slingertje in en draaide een paar keer rond en zie er was licht en dus ook elektriciteit.
Stroom uit een potje
Dat wist Galvani ook, want hij hield zich in de 18e eeuw al bezig met elektrische verschijnselen. Luigi Galvani werd in 1737 in Bologna geboren. Hij werd arts, natuuronderzoeker en tenslotte hoogleraar in de anatomie en gynaecologie aan de universiteit van zijn geboorteplaats.
Als natuuronderzoeker prepareerde hij kikkerpoten en kreeg te maken met het serendipity verschijnsel: Bij toeval vond hij iets waar hij niet naar op zoek was, gewoon omdat hij dat (nog ) niet wist. Serendipity komt (gelukkig) vaker voor in de wetenschap, denk maar eens aan de ontdekking van penicilline en de verbazing van Fleming, toen hij erachter kwam wat hij toevallig gevonden had. Misschien heb je zelf wel eens zo’n ervaring gehad.
Galvani zag dat de (vochtige) kikkerpoot bewoog wanneer hij die aanraakte met twee verschillende soorten metaal en dacht aanvankelijk dat hij daarmee dierlijke elektriciteit had gevonden. Zoals dat vaker gaat bouwde landgenoot Volta voort op Galvani’s onderzoek en vond het juiste antwoord.
Wat was er precies aan de hand?
De elektriciteit zat niet in de spier, maar het spannings (potentiaal)verschil tussen beide verschillende metalen waarbij het vocht als elektrolyt fungeerde. Dit genereerde een elektrisch stroompje dat de spier deed samentrekken. Volta zag dit in en construeerde in 1800 het eerste Galvanisch element, oftewel de batterij. Deze ontdekking had natuurlijk een enorme invloed op latere ontwikkelingen. Voor het eerst was men in staat om langs chemische weg elektriciteit te maken.
Zonder Galvani en Volta zou onze tijd er anders uitgezien hebben. Bijvoorbeeld, de accu is een (samengesteld) Galvanisch element: verschillenden metalen in een zuuroplossing (elektrolyt) genereren een elektrische stroom, die in auto’s gebruikt wordt om de startmotor aan te drijven. Omgekeerd leveren verschillende metalen met elkaar verbonden in de scheepvaart ook problemen op Wat dacht je van een bronzen schroef op een roestvrijstalen as in zeewater? Door het potentiaalverschil tussen schroef en as ontstaat via het zeewater als elektrolyt een elektrische stroom, die in dit geval de roestvrijstalen as “opvreet”.
Daarom worden dit soort combinaties op schepen beschermd door zink- of magnesiumanodes, die zichzelf als het ware opofferen. Die anodes moeten dan ook regelmatig vernieuwd worden. In de metaalkunde geldt dan ook een metaalhiërarchie: bovenaan de edele metalen, zoals goud, platina en zilver; zink en ijzer staan laag.
Hoe onedeler het metaal, hoe reactiever en hoe eerder het corrodeert.
Een moderne vorm van een Galvanisch element is de brandstofcel, waarmee al volop in elektrische auto’s geëxperimenteerd wordt In zo’n cel worden waterstof en zuurstof langs elektrodes geleid waardoor elektriciteit ontstaat met water (stoom) als bijproduct. In tegenstelling tot een accu levert de brandstofcel continu elektriciteit, zolang de ingrediënten worden toegevoegd.
Galvani beschreef zijn bevindingen in zijn werk: De viribus electricitatis in motu musculari commentarius (1791). Hij moet in een adem genoemd worden met Allesandro Volta; niet voor niets liggen de straten in Duinoord vlak bij elkaar.
Galvani stierf in 1798 in Bologna, en ik verhuisde in 1950 naar een leuke straat in de bloemenbuurt, om in 1975 weer in Duinoord terug te keren.
